Wijzigingen flexi-jobs vanaf 1 juli 2026
Het systeem van de flexi-jobs laat enerzijds ondernemingen toe om op een flexibele en gunstige manier werknemers te werk te stellen en geeft anderzijds werknemers de mogelijkheid om naast hun hoofdjob op een voordelige manier iets bij te verdienen. Deze regeling was tot op heden beperkt tot een aantal specifieke sectoren. Daar komt nu verandering in.
Het parlement keurde op 18 juni 2026 de uitbreiding naar alle sectoren vanaf 1 juli 2026 daadwerkelijk goed. Daarnaast worden er een aantal wijzigingen voorzien met betrekking tot de flexi-job voorwaarden. Volledigheidshalve geven we nog mee dat de wet pas definitief in werking treedt éénmaal deze werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
In welke sectoren zijn flexi-jobs mogelijk?
Vanaf 1 juli 2026 zijn flexi-jobs in principe mogelijk in alle sectoren. Wel voorziet de wetgeving in de mogelijkheid voor de sectoren om te opteren voor een volledige of gedeeltelijke “opt-out” en later opnieuw te opteren voor gedeeltelijke of een volledige “opt-in”.
Zo krijgen de sectoren vrijheid om enerzijds te bepalen dat het systeem van flexi-jobs geheel of gedeeltelijk (vb. beperkt tot bepaalde functies, …) wordt uitgesloten in de sector (= “opt-out”) of om bepaalde bijkomende voorwaarden op te leggen en anderzijds om later terug te komen op deze beslissing en alsnog volledig of gedeeltelijk flexi-jobs toe te laten in de sector.
Aangezien er wordt voorzien in de wetgeving dat de sectoren op jaarbasis kunnen opteren voor een uitsluiting of een toelating (in 2026 kan dit zelfs nog op kwartaalbasis), is het reeds duidelijk dat het systeem van flexi-jobs een fluctuerend gegeven zal blijven. Volledigheidshalve geven we mee dat nieuwe “opt-outs” aldus pas in werking kunnen treden op 1 oktober 2026 en op voorwaarde ze ten laatste op 30 juni 2026 werden aangevraagd.
Voor de sectoren waar er op heden reeds een (gedeeltelijke) uitsluiting bestaat, wordt er voorzien in de mogelijkheid om voor 31 augustus 2026 in een koninklijk besluit te bepalen dat deze uitsluitingen blijven behouden. Het is dus nog even koffiedik kijken hoe deze sectoren zullen anticiperen op deze gewijzigde wetgeving.
Aan welke voorwaarden moet worden voldaan om als flexi-job te kunnen werken?
Een werknemer kan slechts als flexi-job aan de slag wanneer aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- Minstens 4/5de werken als werknemer bij één of meerdere andere werkgevers dan de werkgever waarbij de werknemer een flexi-job zal uitoefenen en dit in het derde kwartaal voorafgaand aan de tewerkstelling als flexi-job (behalve voor gepensioneerden).
- De werknemer mag in hetzelfde kwartaal niet tewerkgesteld worden aan de hand van een andere arbeidsovereenkomst of een statutaire aanstelling hebben bij de werkgever waar hij een flexi-job zal uitoefenen (wanneer een werknemer dus op 1 juli 2026 nog wordt tewerkgesteld met een gewone arbeidsovereenkomst zal deze pas ten vroegste vanaf 1 oktober 2026 als flexi-job kunnen worden aangeworven).
- Wanneer de arbeidsovereenkomst van de werknemer werd verbroken, mag de werknemer geen flexi-job uitoefenen bij diezelfde werkgever, in de periode die wordt gedekt door een verbrekingsvergoeding of ontslagcompensatievergoeding. Daarnaast mag de werknemer zich niet bevinden in een opzegtermijn bij die werkgever.
- De cumulatie van een tewerkstelling als werknemer en als flexi-job bij dezelfde werkgever is verboden. Vanaf 1 juli 2026 wordt er echter voorzien in een uitzondering voor uitzendkrachten waardoor een uitzendkantoor de uitzendkracht kan tewerkstellen als werknemer en als flexi-job voor zover deze niet wordt ingezet bij dezelfde gebruiker.
- Er is een wachttermijn voor werknemers die hun arbeidsduur verminderen. Concreet kunnen werknemers die in kwartaal T-4 voltijds werken en in kwartaal T-3 verminderen naar een 4/5de tewerkstelling, tijdens het kwartaal T en het kwartaal T+1 geen flexi-job uitoefenen (vb. een werknemer die voltijds werkte in het eerste kwartaal van 2026, maar zijn prestaties heeft verminderd tot 80% in het tweede kwartaal van 2026 kan in het eerste en tweede kwartaal van 2027 geen flexi-job uitoefenen). Deze voorwaarde wordt gecontroleerd in de dimona aangifte.
Een gepensioneerde werknemer kan tevens een flexi-job uitoefenen. Tot op heden diende een gepensioneerde werknemer in het tweede kwartaal (T-2) voorafgaand aan de flexi-job geregistreerd te zijn als gepensioneerde in het pensioenkadaster alvorens hij als flexi-job aan de slag kon. Indien de gepensioneerde toch eerder aan de slag wilde als flexi-job, kon dit enkel wanneer hij voldeed aan de voorwaarden van een gewone werknemer. Vanaf 1 juli 2026 zal de RSZ niet langer controleren of een werknemer in kwartaal T-2 reeds was ingeschreven in het pensioenkadaster, maar zal er rekening worden gehouden met kwartaal T. Dit impliceert dat iemand als flexi-job kan worden tewerkgesteld van zodra er een pensioen wordt uitgekeerd (zonder dat daarbij aan de voorwaarden van een gewone werknemer moet worden voldaan). Let wel, een flexi-job uitoefenen bij de voormalige werkgever kan pas het kwartaal nadat de werknemer op pensioen is gegaan.
Wat met verbonden ondernemingen?
Sinds 1 januari 2024 kon een werknemer geen flexi-job uitoefenen in een onderneming die verbonden is met de onderneming waar de werknemer een arbeidsovereenkomst had voor minstens 4/5de van een voltijdse job. Vanaf 1 juli 2026 wordt deze voorwaarde gewijzigd en kan een werknemer een flexi-job uitoefenen bij een verbonden onderneming op voorwaarde dat er sprake is van een voltijdse arbeidsovereenkomst.
Uitgesloten functies
Ongeacht de sector kunnen bepaalde functies nooit een flexi-job uitoefenen. Het gaat over de artistieke, artistiek-technische en artistiek-ondersteunende functies die activiteiten omvatten zoals bepaald in de Wet tot oprichting van de Kunstwerkcommissie en tot verbetering van de sociale bescherming van kunstwerkers, alsook over de functie van sekswerker.
Tot en met 30 juni 2026 werden zorgfuncties tevens uitgesloten. Dit zijn functies die taken omvatten behorend tot het materiële toepassingsgebied van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen. Vanaf 1 juli 2026 wordt dit wel mogelijk, maar moet de flexi-job werknemer die een zorgfunctie uitoefent beschikken over de nodige diploma’s en kwalificaties.
Het flexi-loon
In de horeca geldt er nog steeds een minimum flexi-uurloon. Sinds 1 maart 2026 bedraagt het minimum uurloon 11,87 euro.
In alle andere sectoren dient het minimumloon te worden gerespecteerd zoals voorzien in de loonschaal die van toepassing is op de functie die de flexi-jobber uitoefent. Tevens zal er bijkomend nog vakantiegeld moeten worden betaald ten belope van 7,67% van het flexi-loon.
Het loon moet worden uitgedrukt in een uurloon waardoor een omzetting in bepaalde sectoren noodzakelijk zal zijn.
Tevens is er een beperking m.b.t. het maximale toe te kennen flexi-loon. Het flexiloon mag namelijk niet meer mag bedragen dan 150% van het minimumbasisloon voor de functie zoals voorzien in de sector of van het GGMMI. Deze vergoeding omvat naast het flexi-loon ook nog andere vergoedingen, premies en voordelen. Nieuw is echter dat vanaf 1 juli 2026 er wordt bepaald dat de vergoedingen, premies en voordelen toegekend bij wettelijke of reglementaire bepalingen of collectieve arbeidsovereenkomsten niet langer meetellen voor de berekening van de 150%.
Voor de horeca bedraagt het maximale flexi-loon vanaf 1 juli 2026 21 EUR per uur. Dat bedrag zal tevens worden geïndexeerd volgens de normale regels.
Sociale zekerheid en fiscaliteit
Als werkgever betaal je 28% patronale lasten voor een flexi-jobber. De gewone socialezekerheidsbijdragen en de bedrijfsvoorheffing zijn niet van toepassing op het flexi-loon.
Ook voor de flexi-jobber biedt een flexi-job voordelen. Op het flexi-loon is de werknemer geen werknemersbijdragen en geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd. Het brutoloon is dus gelijk aan het nettoloon.
Voor niet-pensioengerechtigde flexi-jobbers is er een plafond ingevoerd m.b.t. de belastingvrijstelling. De vrijstelling is enkel van toepassing voor de eerste 18.440 euro die op jaarbasis wordt verdiend.
Indien je hierbij vragen zou hebben, dan kan je uiteraard steeds contact opnemen met jouw dossierbeheerder.