Wil je meer info over Sectorale Akkoorden 2025-2026 Meer info

Hervorming individuele beroepsopleiding (IBO) vanaf 2026

Een individuele beroepsopleiding (IBO) is een beroepsopleiding die wordt uitgevoerd door een niet-werkende werkzoekende en die wordt verstrekt in een Vlaamse of Brusselse vestigingseenheid van een onderneming, een vzw of een administratieve overheid. De VDAB bepaalt de duurtijd van de IBO; deze bedraagt minstens 4 weken en maximum 26 weken.

Met ingang vanaf 01/01/2026 wordt de IBO grondig hervormt. Hieronder kan je een overzicht terugvinden van de belangrijkste wijzigingen.

IBO-premie: betaling door werkgever aan cursist

Tot eind 2025 betaalde de werkgever, een maandelijks forfait aan de VDAB. De kostprijs was afhankelijk van de loonschaal. De VDAB betaalde vervolgens een IBO-premie aan de cursist.

Vanaf 01/01/2026 bezorgt de VDAB het bedrag van de IBO-premie aan de IBO-werkgever. Dit bedrag komt overeen met de IBO-premie voor een volledige voltijdse maand. De werkgever herleidt dit bedrag op basis van de werkelijk geleverde prestaties en betaalt de IBO-premie rechtstreeks aan de cursist.

Berekening van de IBO-premie

De IBO-premie wordt in een voltijdse regeling berekend op basis van de volgende formule:

((brutoloon na aanwerving – RSZ-bijdrage ten laste van de werknemer) – vervangingsinkomen IBO-cursist) x percentage

Het brutoloon na aanwerving blijft gedurende de volledige duur van de IBO hetzelfde als bij de start van de IBO.

Het percentage in de formule wordt vóór de start van de IBO gekozen door de IBO-werkgever in functie van de opleidingsbehoeften en bedraagt 70%, 80%, 90% of 100%. Dit blijft ongewijzigd gedurende de volledige duur van de IBO.

Onder het vervangingsinkomen wordt begrepen: het maandbedrag vervangingsinkomen of

het dagbedrag vervangingskomen x 26. Veranderingen in het vervangingsinkomen van de cursist kunnen leiden tot een aanpassing van de premie.

In dat kader zal de VDAB elke 1e dag van de maand het bedrag van de IBO premie doorgeven aan de IBO-werkgever. Het is dan ook van belang dat je dit bedrag telkens onmiddellijk aan jouw dossierbeheerder doorgeeft, zodat wij de vergoeding maandelijks correct kunnen berekenen.

Dagen waarvoor de IBO-premie verschuldigd is

De IBO-premie wordt betaald voor iedere dag aanwezigheid van de IBO-cursist.

Een feestdag wordt gelijkgesteld met een aanwezigheidsdag; voor die dag ontvangt de IBO-cursist eveneens een IBO-premie.

Bij een arbeidsongeval of arbeidswegongeval, behoudt de IBO-cursist gedurende de eerste 30 dagen van arbeidsongeschiktheid het recht op de IBO-premie. Bij een voortijdige beëindiging van de IBO-overeenkomst binnen deze periode is de IBO-premie enkel verschuldigd tot het einde van de IBO.

Praktische verplichtingen voor de werkgever

De IBO-werkgever houdt bedrijfsvoorheffing in op de IBO-premie.

De IBO-premie moet maandelijks worden betaald uiterlijk op de 7e dag van de maand na de maand waarin de IBO-prestaties zijn uitgevoerd.

De werkgever is ook een verplaatsingsvergoeding verschuldigd onder dezelfde voorwaarden als de voorwaarden die gelden voor een werknemer.

Flexibelere beëindiging

Tot eind 2025 kon de werkgever de IBO-overeenkomst enkel voortijdig beëindigen, zonder hierbij enige vergoeding verschuldigd te zijn aan de cursist, als hij over een geldige reden beschikte én mits voorafgaandelijk akkoord van de VDAB. Voortaan is er een uitgebreider wetgevend kader voorzien voor een voortijdige beëindiging van de IBO.

Tot 14 dagen na de start van de IBO

Als blijkt dat een IBO niet passend is, kunnen alle partijen tot 14 dagen na de start van de IBO schriftelijk en gemotiveerd de vraag stellen om voortijdig te beëindigen zonder nadelige gevolgen. De VDAB moet wel akkoord gaan.

Na 14 dagen na de start van de IBO

Na de eerste 14 dagen kan één van de partijen ook nog een schriftelijke en gemotiveerde vraag tot beëindiging aan de VDAB bezorgen. Vanaf de ontvangst van de melding heeft de VDAB 3 werkdagen om te bemiddelen om een voortijdige beëindiging te voorkomen.

De vraag tot voortijdige beëindiging moet minstens 14 dagen vóór de einddatum van de IBO aan de VDAB worden bezorgd.

Zonder overleg of akkoord tijdens de IBO-overeenkomst

Als de IBO-werkgever de IBO-overeenkomst voortijdig beëindigt zonder overleg met de VDAB, als de VDAB niet akkoord gaat met een voortijdige beëindiging of als de IBO-overeenkomst beëindigd wordt door een foutieve houding van de IBO-werkgever, is de IBO-werkgever de cursist een schadevergoeding verschuldigd.

Deze schadevergoeding stemt overeen met de som van alle IBO-premies voor het resterende gedeelte van de opleiding en het verschuldigd fictief loon van de IBO-werkgever voor de periode die overeenstemt met de duur van de opleidingen, inclusief onderbrekingen en verlengingen. Voor de berekening hiervan wordt uitgegaan van een verderzetting van de IBO-premie zoals die gold op de dag waarop de IBO beëindigd werd.

Niet-naleving tewerkstellingsverbintenis

Na het einde van de opleiding moet de werkgever met de cursist een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur sluiten. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur is enkel mogelijk op voorwaarde dat de werkgever aan de VDAB aantoont dat die keuze overeenstemt met het gangbare aanwervingsbeleid. De arbeidsovereenkomst kan pas een einde nemen na een periode die minstens gelijk is aan de duur van de IBO.

Net zoals voorheen is de werkgever, die de tewerkstellingsverbintenis niet naleeft, een schadevergoeding verschuldigd die gelijk is aan het verschuldigd fictief loon dat de IBO-werkgever verschuldigd is voor de tewerkstelling gedurende een periode die overeenstemt met de periode van de opleidingen, inclusief onderbrekingen en verlengingen.

IBO-plus

Voortaan kan de IBO-plus enkel worden verstrekt aan:

  • de niet-werkende werkzoekenden met een arbeidsbeperking of een indicatie van een arbeidsbeperking;
  • de personen ten laste van het RIZIV die actieve stappen naar tewerkstelling zetten;
  • de gedetineerde of niet werkende werkzoekenden die beperkte detentie of elektronisch toezicht hebben en niet-werkende werkzoekenden tijdens een periode van voorlopige of voorwaardelijke invrijheidsstelling.

De IBO-plus-premie wordt, in tegenstelling tot de gewone IBO-premie, nog steeds betaald door de VDAB.

Het percentage in de formule die dat gehanteerd wordt voor de berekening van de premie bedraagt voor een IBO-plus steeds 70%.

Inwerkingtreding

De nieuwe regels traden in werking op 1 januari 2026. IBO’s die ingegaan zijn vóór 1 januari 2026 lopen verder volgens de regelgeving die van toepassing was op 31 december 2025.

Voor meer concrete informatie kan je terecht bij jouw dossierbeheerder.