03 760 15 80 Sint-Niklaas     09 244 45 30 Zwijnaarde

Lastenverlaging ploegenarbeid werken in onroerende staat

Op 30 maart 2018 werd de wet betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie, ook wel eens de Relancewet genoemd, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

De Relancewet voorziet een uitbreiding van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor  ploegenarbeid op werven (werken in onroerende staat).

Concreet wordt de werkgever vrijgesteld van het doorstorten van een gedeelte van de bedrijfsvoorheffing die werd ingehouden op het loon van de werknemers die ploegenarbeid verrichten.

Hiervoor wordt een bijkomende definitie van ploegenarbeid in de wetgeving toegevoegd:

  • de ondernemingen waar het werk wordt verricht in één of meerdere ploegen van minstens twee personen, die hetzelfde of complementair werk doen zowel qua inhoud als qua omvang;
  • in zover het gaat om werken in onroerende staat op werven.

Deze definitie wijkt dus af van het huidige begrip, aangezien het niet langer vereist is dat werkgevers met opeenvolgende ploegen werken.

Alvorens de vrijstelling te kunnen toepassen moet aan onderstaande voorwaarden cumulatief voldaan zijn:

  • De werknemers moeten op locatie worden tewerkgesteld, dit houdt in dat de werknemers in kwestie op de werf moeten werken en niet in het magazijn of het atelier van de onderneming;
  • De werknemers moeten werken in onroerende staat verrichten zoals beschreven in de regelgeving betreffende de BTW. Meer bepaald zijn dit dus alle werken met betrekking tot het bouwen, het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen, het onderhouden, het reinigen en het afbreken van een uit zijn aard onroerend goed. Daarnaast wordt o.a. ook als werken in onroerende staat gezien: elke handeling die zowel erin bestaat een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt.
  • De werknemers moeten in ploegenverband werken;
  • Het bruto uurloon moet minsten 13,75 euro bedragen (in PC 124 is aan deze voorwaarde automatisch voldaan, gezien het minimumloon voor een arbeider categorie I boven dit drempelbedrag ligt). Het toekennen van een ploegenpremie is geen voorwaarde.

De vrijstelling geldt dus enkel voor de belastbare bezoldigingen van de werknemers die in ploegverband werken in onroerende staat verrichten op locatie.

Het vrijstellingspercentage bedraagt:
  • vanaf 1 januari 2018: 3% van het totaal van de belastbare bezoldigingen van al de betrokken werknemers samen;
  • vanaf 1 januari 2019: 6% van het totaal van de belastbare bezoldigingen van al de betrokken werknemers samen;
  • vanaf 1 januari 2020: 18% van het totaal van de belastbare bezoldigingen van al de betrokken werknemers samen.

Voor de concrete toepassing van deze lastenverlaging is het echter wachten op verdere instructies, aangezien er nog heel wat onduidelijkheden bestaan over een aantal modaliteiten. Wij houden u uiteraard op de hoogte.

 

Accuria vzw
26/04/2018