03 760 15 80 Sint-Niklaas     09 244 45 30 Zwijnaarde

Lastenverlaging ploegenarbeid werken in onroerende staat

Op 30 maart 2018 werd de wet betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie, ook wel eens de Relancewet genoemd, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

De Relancewet voorziet een uitbreiding van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor  ploegenarbeid op werven (werken in onroerende staat).

Na lang wachten werd op 6 mei 2019 de wet gepubliceerd waardoor de vrijstelling effectief kan toegepast worden. Hierdoor kan de vermindering worden toegepast op de lonen die vanaf 1 januari 2018 werden betaald aan de betrokken werknemers.

Concreet wordt de werkgever vrijgesteld van het doorstorten van een gedeelte van de bedrijfsvoorheffing die hij dient in te houden op het loon van de werknemers die ploegenarbeid verrichten.

Hiervoor wordt een bijkomende definitie van ploegenarbeid in de wetgeving toegevoegd:

  • de ondernemingen waar het werk wordt verricht in één of meerdere ploegen van minstens twee personen, die hetzelfde of complementair werk doen zowel qua inhoud als qua omvang;
  • in zover het gaat om werken in onroerende staat op werven.

Deze definitie wijkt dus af van het huidige begrip, aangezien het niet langer vereist is dat werkgevers met opeenvolgende ploegen werken.

Een ploeg dient minstens te bestaan uit twee personen. Deze twee personen hoeven niet noodzakelijk twee werknemers te zijn.

Een zelfstandig bedrijfsleider en zijn werknemer kunnen dus ook een ploeg vormen. De bedrijfsleidersbezoldigingen komen dan weer niet in aanmerking voor de vrijstelling van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing.

Wanneer de ploeg bestaat uit slechts één werknemer en één leerling zal de vrijstelling niet toegepast kunnen worden. Studenten en leerlingen zijn namelijk uitgesloten uit de omschrijving van een ploeg.

Alvorens de vrijstelling te kunnen toepassen moet aan onderstaande voorwaarden cumulatief voldaan zijn:

  • De werknemers moeten minstens één derde van hun arbeidstijd per maand op locatie worden tewerkgesteld, dit houdt in dat de werknemers in kwestie ook op de werf moeten werken en niet louter in het magazijn of het atelier van de onderneming;
  • De werknemers moeten minstens één derde van hun arbeidstijd per maand werken in onroerende staat verrichten zoals beschreven in de regelgeving betreffende de BTW. Meer bepaald zijn dit dus alle werken met betrekking tot het bouwen, het verbouwen, het afwerken, het inrichten, het herstellen, het onderhouden, het reinigen en het afbreken van een uit zijn aard onroerend goed. Daarnaast wordt o.a. ook als werken in onroerende staat gezien: elke handeling die zowel erin bestaat een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt.

Verder stelt artikel 20, §2 van het KB nr. 1 van 29 december 1992 volgende handelingen gelijk met werken in onroerende staat

1. iedere handeling die tot voorwerp heeft zowel de levering als de aanhechting aan een gebouw:

a. van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een installatie voor centrale verwarming of airconditioning, daaronder begrepen de
branders, de reservoirs en de regel- en controletoestellen verbonden aan de ketels of aan de radiatoren;

b. van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een sanitaire installatie van een gebouw en, meer algemeen, van alle vaste toestellen voor
sanitair of hygiënisch gebruik aangesloten op een waterleiding of een riool;

c. van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische installatie van een gebouw, met uitzondering van toestellen voor de
verlichting en van lampen;

d. van de bestanddelen of een gedeelte van de bestanddelen van een elektrische belinstallatie, van brandalarmtoestellen, van alarmtoestellen tegen diefstal
en van een huistelefoon;

e. van opbergkasten, gootstenen, gootsteenkasten en meubels met ingebouwde gootsteen, wastafels en meubels met ingebouwde wasbak, zuigkappen,
ventilators en luchtverversers waarmee een keuken of badkamer is uitgerust;

f. van luiken, rolluiken en rolgordijnen die aan de buitenkant van het gebouw worden geplaatst.

2. iedere handeling die tot voorwerp heeft zowel de levering van wandbekleding of vloerbedekking als de plaatsing ervan in een gebouw, ongeacht of die bekleding of bedekking aan het gebouw wordt vastgehecht of eenvoudig ter plaatse op maat wordt gesneden volgens de afmetingen van de te bedekken oppervlakte;
3. ieder werk dat bestaat in het aanhechten, het plaatsen, het herstellen, het onderhouden en het reinigen van goederen bedoeld in 1° of 2° hierboven.
  • De werknemers moeten minstens één derde van hun arbeidstijd per maand in ploegenverband werken;
  • Het bruto-uurloon van elke werknemer in de ploeg diende in 2018 minsten 13,75 euro te bedragen (in PC 124 is aan deze voorwaarde automatisch voldaan, gezien het minimumloon voor een arbeider categorie I boven dit drempelbedrag ligt). Het toekennen van een ploegenpremie is geen voorwaarde.

Dit bedrag zal jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden. In 2019 dient het bruto-uurloon van elke werknemer uit de ploeg minstens 13,99 euro te bedragen.

De vrijstelling geldt dus enkel voor de belastbare bezoldigingen van de werknemers die in ploegverband werken in onroerende staat verrichten op locatie.

Het vrijstellingspercentage bedraagt:

  • vanaf 1 januari 2018: 3% van het totaal van de belastbare bezoldigingen van al de betrokken werknemers samen;
  • vanaf 1 januari 2019: 6% van het totaal van de belastbare bezoldigingen van al de betrokken werknemers samen;
  • vanaf 1 januari 2020: 18% van het totaal van de belastbare bezoldigingen van al de betrokken werknemers samen.

De eindejaarspremie, het vakantiegeld, achterstallige bezoldigingen en overige premies (behalve de ploegenpremie) dienen niet te worden meegerekend in deze berekeningsbasis. Daar de berekening van de vrijstelling niet op individuele basis dient te gebeuren, kan het overschot van de ene werknemer worden overgeheveld naar één of meerdere andere werknemers met een tekort.

Deze vrijstelling kan niet gecumuleerd worden met de reeds bestaande vrijstelling voor het doorstorten van een gedeelte van de bedrijfsvoorheffing voor klassieke ploegenarbeid of volcontinu arbeid.

De werkgever dient, aan de hand van een nominatieve lijst, bewijs te kunnen leveren dat er effectief voldaan is aan de voorwaarden om de vrijstelling toe te passen. De lijst dient de identiteit van de werknemer en de periode te vermelden waarin de werknemer in een ploeg werken in onroerende staat heeft verricht op een werf. Bij eventuele controle dient de werkgever deze lijst aan de inspectie te kunnen voorleggen.

Aangezien de vrijstelling retroactief van toepassing is vanaf 1 januari 2018, zullen wij genoodzaakt zijn regularisaties in de bedrijfsvoorheffing uit te voeren.

Regularisaties via de aangiften bedrijfsvoorheffing zijn voor de lonen van 2018 mogelijk tot en met 31 augustus 2019. Voor de lonen van 2019 dient dit uiterlijk te gebeuren op 31 augustus 2020.

Accuria vzw
29/05/2019